| arjan
brentjeso |
beeldend kunstenaar | ||||
| schilderijen |
|
kaderstan |
||||||
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Van half 2004 tot eind 2005 werkte ik aan een serie schilderijen van bomen. Ik was hierin vooral bezig mijn schildertechniek verder te ontwikkelen, en daarnaast onderzocht ik de mogelijkheden om met verfstreken iets uit te drukken, over te brengen. Ondanks dit onderzoek naar de 'communicatie'-mogelijkheden van verflijnen gingen de werken toch vooral over zichzelf, de betekenis van de schilderijen zat geheel in het schilderproces. Ik werkte solistisch in een afgezonderd atelier en bemoeide me nauwelijks met de ontwikkelingen in de hedendaagse kunst. De serie was streng opgezet, telkens één boom in het midden van het schilderij. Monnikenwerk. Geen wonder dat na ruim een jaar de behoefte ontstond om het roer eens flink om te gooien. Het strenge monnikenwerk stond me eigenlijk nog minder tegen dan het feit dat mijn werk zo weinig relatie had met de wereld om me heen. En ik had niet alleen de behoefte om werk te maken dat zich op een bepaalde manier in hedendaagse kunstontwikkelingen plaatste, maar wilde zelfs werk maken dat een relatie kon hebben met de wereld buiten de beeldende kunst. Geen kunst meer die alleen over kunst ging. Ik nam als het ware afscheid van het Modernisme, waar ik met mijn vorige serie in verzeild was geraakt. [ Mijn nieuwe werk zou je dus kunnen rangschikken onder het 'Post-Modernisme', zolang deze term niet wordt gebruikt om een stroming aan te geven die een stamppot van 'Neo-'stijlen maakt. ] Om met mijn werk beter te kunnen communiceren moest ik allereerst op zoek naar een schilderstijl die nog iets dichter bij mezelf lag dan in de eerdere series. Toen ik dertien jaar oud was wilde ik striptekenaar worden, en mijn schilderijen hebben altijd een strip-achtige stijl gehouden. Voor mijn nieuwe werk wilde ik iets nadrukkelijker terug naar hoe ik als jonge tiener mijn toekomst zag. In die toekomst was Arjan Brentjes nu een beroemd striptekenaar die meeslepende avonturenbundels voltekende. Het was geen enorme stap om vervolgens in mijn werk de invloed van striptekeningen te gaan gebruiken. Ik ben in mijn schilderijen altijd op zoek geweest naar nieuwe manieren om iets over te brengen in een beeldende taal, vooral met lijnen. In strips wordt veel gebruikt gemaakt van lijnen die niets afbeelden, maar wel iets vertellen. Denk bijvoorbeeld aan lijnen om snelheid aan te geven. Ik probeer aan verfstreken nieuwe betekenissen toe te kennen. Maar op zich blijft dat nog steeds een Modernistisch soort onderzoek. Ik wil dat het schilderij daarnaast ook iets kan zeggen over wat erop afgebeeld staat. En ook in de onderwerpkeuze is de invloed van avonturenstrips terug te vinden. Met name het feit dat in deze verhalen de wereld enkel leek te bestaan uit gebieden waar meeslepende avonturen konden worden beleefd, hoe ellendig de situatie ter plaatse ook mocht zijn. Ik kan bij bepaalde beelden in nieuws- en actualiteitenprogramma's tegelijkertijd denken: "Wat een ellende" en: "Wat een te gekke straaljager". En hoe langer ik een afbeelding van zo'n straaljager zie hoe meer de tweede gedachte gaat overheersen. Dit interesseert me niet vanwege het morele aspect. Ik vraag me wel af: "Hoe komt dit?". Het is geen politiek werk. Ik kies in mijn schilderijen geen partij tussen strijdende partijen in een internationaal conflict. Als ik ergens partij voor kies, is het voor een dertien jaar oud jongetje dat striptekenaar wil worden, voor wie er nog heldere grens tussen goed en kwaad loopt en voor wie al het onbekende een groot avontuur is
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||